Afgelopen november vond de Klimaattop in Glasgow plaats (COP26). Onze collega’s Jos Cozijnsen en Gabriëlle Smith waren erbij. We vragen Jos naar de belangrijkste uitkomsten. “De ‘action boost’ die we hadden verwacht, die kwam ook!”

Jos volgt al jaren de internationale klimaatonderhandelingen. Eerst als ambtenaar van het milieuministerie, daarna vanuit de Amerikaanse ngo Environmental Defense Fund. En nu dus voor Climate Neutral Group (CNG)!

Hij vertelt: “CNG is lid van de International Emissions Trading Association (IETA). Via die organisatie lobbyen wij voor robuuste CO2-marktregels. Ik ging naar Glasgow om ervoor te zorgen dat landen en bedrijven scherpere CO2-doelen mogelijk maken. Om die te kunnen halen is het noodzakelijk dat er meer middelen en flexibiliteit komen. Dat betekent onder andere de CO2-markt gaan gebruiken: betalen voor de resterende uitstoot en het ook mogelijk maken om klimaatprojecten in het buitenland te steunen.”

Essentieel dat landen elkaar scherp houden
Het belangrijkste wat er gelukt is in Glasgow is het vaststellen van de regels voor rapportage van emissies en de internationale CO2-markt. Nu kan het Parijs-akkoord eindelijk geïmplementeerd worden. “Omdat landen vrijwillig hun eigen CO2-verplichtingen bepalen is het essentieel dat ze elkaar steeds aanspreken op het stellen van ambitieuzere doelen. En omdat er nog een gat is tussen de afspraken en het 1,5 graden Celsius-doel, kan de CO2-markt dat helpen overbruggen.”

Aanpak gebruik fossiele brandstoffen benoemd
De sleutel naar het succes om onder de 1,5 graad opwarming te blijven is dat regeringsleiders elk jaar samenkomen om de invoering van gemaakte afspraken te checken en aan te scherpen. Het lukte ook voor het eerst om het gebruik van fossiele brandstoffen (kolen, olie, gas) in de slotverklaring op te nemen. Jos: “Het bleek helaas niet mogelijk landen als China en India te dwingen kolen af te schaffen. Maar met Zuid-Afrika lukte het wel: door er financiering van alternatieven vanuit het Westen tegenover te zetten.”

Toezeggingen concreet maken
En, hoe nu verder? “Alles hangt nu af van het concreet maken van aangekondigde toezeggingen door landen: afschaling van kolen, afbouw van subsidie voor olie en gas zonder CO2-afvang, het tegengaan van tropische ontbossing, en reductie van methaan in 2030 bij afval, in de energiesector en in de landbouw. Iedereen moet dus aan de slag en daarbij internationaal samenwerken!” licht Jos toe.

Tussendoel voor 2025
Wat Nederland en de EU nu te doen staat is de klimaatplannen voor 2030 concreter maken, maar ook een tussendoel formuleren voor 2025. “We zijn blij dat in het coalitieakkoord van Rutte IV 55% reductie als CO2-doel voor 2030 is genoemd, en voor 2035 70%. Wat nog ontbreekt is 2025”, legt Jos uit. “En omdat de regels voor de internationale CO2-markt zijn vastgesteld, kan Nederland ook aanvullend bijdragen aan tropische bosbescherming en reducties in landbouw, energie- en afvalsector in ontwikkelingslanden. Daar kun je twee keer zoveel CO2-reductie behalen met hetzelfde geld.”

 


×